Ajax en de band met de Watergraafsmeer (Deel 18)

0

Het profvoetbal en de K.N.V.B. (2)

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

Ingang Stadion De Meer – 1996. Foto: Beeldbank Amsterdam Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

Het profvoetbal en de K.N.V.B. (2)

Vaarwel amateurvoetbal ?
Seizoen 1952-1953 zou een historisch seizoen worden omdat de Nederlandse eersteklassers voor het laatst gratis hadden gespeeld. Op 20 december 1953 was in Amsterdam een nieuwe voetbalorganisatie opgericht: de Nederlandse Beroeps Voetbalbond (NBVB). De bond maakte de start van een eigen competitie bekend, met eigen clubs, betalingen en verzekeringen voor spelers. In de zomer van 1953 was de NBVB klaar om de strijd aan te gaan met de KNVB. Het seizoen dat volgde was chaotisch, met als hoogtepunt de zomer van 1954.

Spelers werden weggekocht.
De nieuwe beroepsvoetbalbond zou met tien voetbalclubs een eigen competitie starten. Deze clubs gingen trekken aan de spelers met klasse uit de competities van de KNVB. Geen enkele eerste klasse club had hier niet onder te leiden. ADO werd het zwaarst getroffen en verloor het halve eerste elftal aan profclub Den Haag. De Betaald Voetbalclub Amsterdam kocht spelers als Van Raalte, Mesman en Tolmeyer weg bij Blauw-Wit. Daarnaast kocht de club Vonhof weg bij DWS en Cees Kick bij De Volewijckers. Alleen Hans Boskamp wist de club bij Ajax weg te kopen. Boskamp was een acteurszoon en hield vast aan het standpunt dat voetballers het publiek vermaakten en dus net als acteurs betaald mochten worden. De schade bleef verder beperkt bij Ajax die alleen Wim Huis verloor aan de ‘wilde bond’. Hij verkaste naar Fortuna ’54. Al deze spelers werden onmiddellijk geroyeerd door de KNVB en mochtenniet meer uitkomen voor het Nederlands elftal. De terreinen waarop de profclubs speelden werden ‘besmet’ verklaard.

Betaling van spelers.
De Eersteklasse clubs kwamen al snel met de eis dat ook zij spelers mochten gaan betalen. In twee zittingen van de Bondsvergadering legden uiteindelijk ook de lagere klasse clubs zich neer bij het besluit dat betalen van spelers op het hoogste niveau toegestaan zou worden. Spelers die waren overgelopen naar de NBVB zouden ook zonder straffen mogen terugkomen bij hun club. Hier werd echter maar mondjesmaat gebruik van

Ajax en het betalen van spelers.
Bij Ajax was men niet blind voor de nieuwe ontwikkelingen in het voetbal. Leden van de club verschilden van mening, maar het bestuur liet ze rustig hun gang gaan. Gediscussieerd mocht er worden. Totdat in juli 1954 werd besloten door de KNVB dat er in het komende seizoen (1954-1955) spelers betaald mochten worden. De opkomst voor de Bijzondere Algemene Ledenvergadering was enorm. Er volgden heftige en soms emotionele discussies.

Rinus Michels.
Rinus Michels vertegenwoordigde in die tijd de spelersgroep tijdens de bijeenkomst. Michels schreef: ‘Het was een revolutie binnen het voetbal en een heel bijzonder moment in de geschiedenis van Ajax’. Michels kreeg zelfs een brief thuis van de KNVB waarin stond dat de bond via geruchten vernomen had dat hij over wilde stappen naar het ‘wilde’ voetbal. Michels schreef met behulp van zijn vader een ludieke brief terug. De brief had als inhoud dat vader en zoon Michels een zelfde gerucht hadden gehoord over de KNVB. Michels schreef dat hij zijn lidmaatschap op zou geven als deze geruchten waar bleken te zijn. Met deze cynische brief was de kous af voor de KNVB betreffende Michels en de ‘wilde’ voetbalbond.

Niet tegen de stroom oproeien.
Er was bij sommige leden angst. Angst voor een laconieke houding met als gevolg dat de club haar beste spelers (zoals Michels) kwijt zou raken aan betalende clubs wanneer Ajax. afzag van betaling. Lid Jan Grootmeyer verwoordde deze angst met tranen in de ogen het beste: ‘Als we niet meedoen, dan kunnen we over enige jaren een bordje voor de deur plaatsen, met de woorden “Ajax-ruïne”. Wij moeten niet tegen de stroom oproeien, geen surrogaat-eersteklasser worden, wij moeten meegaan met de nieuwe tijd, wij moeten betalen en goed betalen ook. Wij hebben jaar in jaar uit aan de top van het Nederlands voetbal gestaan en daar moeten we tot iedere prijs blijven. Betaal maar, betaal maar zo dat geen speler wegloopt. Geef het wilde beroepsvoetbal geen enkele kans. Wat Sparta en Feyenoord kunnen, kunnen wij ook. Wij hebben de middelen en een eigen stadion. Noem mij de club die hierop kan bogen.’

Voorzitter Koolhaas.
Het applaus dat volgde bevestigde dat de leden voor het pleidooi van Grootmeyer waren. Andere leden, waaronder voorzitter Marius Koolhaas, verdedigden het amateurvoetbal. Hun pleidooi werd niet gehoord door de leden, Ajax zou zijn spelers gaan betalen.
Het pleidooi werd niet gehoord door de leden, Ajax zou zijn spelers gaan betalen. Voorzitter Koolhaas kreeg het nog even te kwaad toen de leden niet met hem verder wilden als voorzitter. De leden waren bang om met hem als voorzitter verder te gaan omdat zijn standpunten over spelersbetaling een belemmering zouden kunnen vormen voor het behartigen van de belangen van de club. Met verstikte stem sprak hij: ‘Wat denken jullie?
Wat de vergadering me opdraagt, zal ik uitvoeren. Ik zal slechts de mening van de leden doorgeven en niet aan die van mezelf denken.’ Koolhaas bleef aan als voorzitter.later in 1956 trad hij vanwege zijn leeftijd alsnog af als voorzitter van Ajax. Hij was sinds 1912 bij de club geweest. Hij kreeg voor zijn diensten een antieke klok. Er brak een nieuw tijdperk aan en de oude voorzitter deed er goed aan om af te treden. Wim Volkers volgde hem op, lang zou hij geen voorzitter zijn.

Share.

Leave A Reply