Ajax en de band met de Watergraafsmeer (Deel 24)

0

Het opstaan van een profclub

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

Rinus Michels – 1969 .
Foto: Beeldbank Amsterdam Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

Het opstaan van een profclub.

De komst van Rinus Michels – deel 1

Op 22 januari 1965 stelde Ajax de 36-jarige Rinus Michels aan. Michels werd daarmee de eerste Nederlandse hoofdtrainer van Ajax. Michels was relatief onervaren, voordat hij Ajax ging trainen had hij de amateurs van JOS en AFC getraind. Hij had een trainersdiploma op zak wat een voorwaarde was om bij Ajax aan de slag te kunnen. Hij werkte als gymnastiekleraar op een school voor doven in Amsterdam en hij hield de baan voorlopig aan.

De jeugd van Rinus Michels.
Niet alleen de spelers waren semi-prof, de trainer was dat ook. Maar schijn bedriegt. Buckingham was prof geweest in Engeland maar was een amateuristische trainer, zijn motto naar de spelers toe was dat ze tijdens de wedstrijd moesten genieten (“enjoy it”). Michels zou heel anders te werk gaan. Hij had al jaren een band met Ajax, als kind was hij geboren in Amsterdam-Oost in de Balistraat.

Later verhuisde hij met zijn ouders naar de Olympiaweg. Hoewel die straat onder de rook van Blauw-Wit in het Olympisch stadion lag bleef zowel vader als zoon Michels altijd een Ajacied Op 9 februari 1936 kreeg Rinus een paar voetbalschoenen, een stel kousen en een Ajax-shirt cadeau van zijn vader die hem vertelde dat als hij ooit de midvoor van Ajax wilde worden hij niet met de duim in zijn mond moest gaan staan. Waarna Michels snel weer ging voetballen op het veldje aan de Milletstraat. In zijn jeugd werd elk klein beetje geld dat er was aan Ajax uitgegeven. Voor een ‘jongensplaats’ ging hij lopend (vaak met zijn neef) van de Valkenburgerstraat naar de Middenweg. Op twaalfjarige leeftijd werd hij lid van de club via Joop Köhler, een kennis van de familie en commissaris bij Ajax.. Michels zou zich, ondanks de Tweede Wereldoorlog die een rem op zijn ontwikkeling als speler was, tot een kopsterke maar technisch beperkte spits van Ajax en zelfs het Nederlands elftal ontwikkelen.

Tijdelijke verbintenis.
Michels, die ook toen al bekend stond om zijn didactische gaven, werd aangenomen door Van Praag na een tip van sportjournalist Martin Bremer. Echt veel vertrouwen kreeg hij nog niet. Van Praag en penningmeester Timman gaven hem een tijdelijke verbintenis, met uitzicht op verlenging. Hij ging achthonderd gulden per maand verdienen. Michels en Van Praag deelden overigens wel een visie. Ze willen beiden van Ajax een internationale topclub maken. Michels kon het tij nog niet keren, volgens de trainer ging het bij de amateurs van JOS beter dan bij Ajax. Iedereen deed maar wat, er was geen balans in de groep. De semi-profs verdienden slecht en mopperden wat af. Het was aan de nieuwe coach de groep gezond te maken. Hij haalde de discipline weer aan en schuwde het conflict met zijn spelers niet.

Vast contract voor Michels en spelers fullprof.
De ploeg eindigde op de dertiende plaats, maar wist wel degradatie te voorkomen. Het vertrouwen van het bestuur was gegroeid. De voorlopige verbintenis werd omgezet in een vast contract van vijfentwintigduizend gulden per jaar met een bonus van tien procent als hij het team kampioen zou maken. Michels, gesterkt door het vertrouwen van het bestuur, kondigde nog voordat de spelers op vakantie gingen aan dat de club in augustus over zou gaan op het fullprofsysteem. Spelers kregen een brief waarin de nieuwe, hogere salarissen en
premies stonden.

Niet iedereen fullprof.
Toch werden niet alle spelers fullprof, ze konden kiezen. Heinz Stuy tekende in het seizoen 1967-1968 nog een semi-prof contract bij Ajax. Er zou wel meer getraind gaan worden, daarin was geen keuzevrijheid. Van drie keer in de week ’s avonds naar acht keer in de week verdeeld over de ochtend, middag en de avond. De semi-profs kregen het na deze beslissing moeilijk, zij moesten mensen in dienst nemen om hun zaak draaiende te houden. Het werd als een te groot risico gezien om hun baan naast het voetbal op te geven.

Share.

Leave A Reply