Ajax en de band met de Watergraafsmeer (Deel 35)

0

Het opstaan van een profclub.

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

Stefan Kovács op het Leidseplein na het winnen van de Europacup. .
Foto: www.gahetna.nl Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

Het opstaan van een profclub.

Topclub
In het seizoen 1970-1971 had Ajax eindelijk het gebalanceerde elftal waarvan Michels en Van Praag gedroomd had. De stukjes vielen op hun plaats. De ploeg haalde eindelijk het rendement. Het ging over op een 4-3-3 formatie welke iets meer zekerheid opleverde.

Stefan Kovács.
Ajax had naast mooi voetballen onder Michels geleerd om te winnen. Alleen de jonge Johan Neeskens werd toegevoegd (hij kwam van RCH uit Haarlem). Ajax won de Europacup en nam hem over van Feyenoord. Michels had een topploeg gekneed, maar had er genoeg van om bij Ajax te werken. Hij vertrok naar Barcelona. Rinus Michels werd vervangen door Stefan Kovács.

Kovács was een geboren Hongaar, maar vanwege grenswijzigingen inmiddels officieel een Roemeen. In twee jaar onder zijn wat lossere aanpak won Ajax eigenlijk alles wat er te winnen viel met zijn prachtige totaalvoetbal (twee maal de Europa Cup, twee maal het landskampioenschap, één maal de KNVB beker, één maal de wereldbeker en één maal de Europese supercup). Hij was wars van sterallures en kwam meestal op de fiets naar de Meer. Volgens Gerrie Muhren begon de desintegratie van het team onder Kovács. Kovács was te aardig. Michels was professioneler geweest. Hij was voor totale discipline.

Winnen was te gemakkelijk geworden.
Het eerste jaar onder Kovács zou Ajax zelfs beter voetballen. De goede spelers kregen nu de vrijheid om hun eigen fantasieën op het veld te brengen. Maar de discipline verdween. Alles, inclusief winnen, was te gemakkelijk geworden voor de Ajax-spelers. In het laatste jaar (1973) werd nog steeds alles gewonnen, maar niet met dezelfde teamgeest als voorheen. Muhren denkt zelfs dat als het team bij elkaar had kunnen blijven ze wel acht jaar achter elkaar kampioen hadden kunnen worden. Ajax had een erg jong team, alleen Swart was oud, maar doorvoor in de plaats kwam Rep om het over te nemen. Bij zijn vertrek kochten de spelers een auto voor Kovács, de trainer die de teugels had laten vieren, maar wel alles gewonnen had met de ploeg. Toegevoegde spelers waren Johnny Rep (uit eigen jeugd) en Jan Mulder waarvan vooral de eerste goede wedstrijden zou spelen.

Share.

Leave A Reply