Ajax en de band met de Watergraafsmeer (Deel 45)

0

De aanhang en hun AJAX

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

De Meerhoek Middenweg – 1962. Foto: Beeldbank Amsterdam Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

De aanhang en hun AJAX

Voetbal in de Amsterdamse Watergraafsmeer gedurende de periode 1950-1970.
‘In de sportwereld kenne men geen stand’. Uit ‘Ajax clubnieuws’ 15 februari 1920.
Supporters en bewoner uit de Watergraafsmeer en hun relatie met Ajax tot 1968 (2)

Charles van Kinsbergen.
Charles van Kinsbergen (1937) bevestigde de lezing van Wim Croese dat in de semi-prof periode meer contact was tussen spelers en bewoners van de Watergraafsmeer. Ook hij kende veel spelers persoonlijk. Van Kinsbergen was supporter van Ajax sinds 1958 en werd in 1960 donateur. Hij bezocht vanaf 1958 zowel de uit- als thuiswedstrijden van Ajax. Ook de trainingen werden zelden overgeslagen. Uit de verschillende topclubs die op dat moment in Amsterdam actief waren koos hij Ajax omdat het voetbalpubliek in West hem niet aanstond en het gegeven dat Ajax in zijn ogen mooier voetbal speelde. Hij vertelt ons over de periode jaren ’60:

De zondag stond in het teken van voetbal.
‘In de beginfase was ik nog vrijgezel. De gehele zondag stond in het teken van voetbal, van 10.00 uur tot 16.00 uur en daarna keken we naar “Sport in Beeld”. Van 10.00 uur tot 12.00 uur keek ik naar de junioren en als die niet speelden naar de amateurs. Om 14.00 uur speelde het eerste van Ajax. Na mijn huwelijk ging dit gewoon om de 14 dagen door. De wedstrijden thuis werden met de tram of lopend bezocht. Ik woonde die tijd in de Helmholtzstraat . Mijn vrienden kwamen niet uit de Watergraafsmeer. Ajax had reeds in deze tijd al een buurtoverschrijdende functie. De club had een betere uitstraling door bijvoorbeeld de internationale jeugdtoernooien. Verder was er natuurlijk een eigen stadion, een eigen huis’.

De Middenweg zwart van de mensen.
Was het feit dat Ajax als enige Amsterdamse vereniging een groot eigen stadion had de reden van de grote aantrekkingskracht die de club op Amsterdam uitoefende? Ondanks de door Wil Wickel genoemde nieuwkomers uit andere wijken, die zich vestigden in de naoorlogse tuindorpen, kunnen we stellen dat De Meer ook voor 1970 toch overwegend voor Ajax was. Voor veel mensen was gedurende de jaren vijftig en zestig voetbal het enige hoogtepunt van de week. De buurt bruiste van gezelligheid. Nel Koolwijk vertelde ons dat haar Arie geen thuiswedstrijd miste.

De Meerhoek.
Hoewel zij het stadion slechts een enkele keer bezocht kan ze zich de zondagen dat Ajax thuis speelde nog levendig voor de geest halen; ‘De Middenweg was zwart van de mensen. Bussen en trams zaten vol. De meeste mensen liepen naar het stadion. Ze kwamen overal vandaan. Vanuit onze buurt gingen ze lopen. ’s Middags begonnen ze om 14.00 uur. Daarna kwam het hele zooitje terug. Dan gingen we met z’n allen naar café ‘De Meerhoek’ op de hoek van de Middenweg en de Zacharias Jansestraat. Wij zaten daar ’s middags tijdens de wedstrijd al een borreltje te drinken. Er was een pianist en je kon er een Hollandse pot eten. Veel mensen gingen na de wedstrijd naar café ‘Franckendael’. Wij gingen meestal naar ‘De Meerhoek’.’

Rob Sloep.
Ook Rob Sloep kan zich de zondagen dat Ajax in De Meer speelde nog levendig voor de geest halen. In die tijd, zo stelt hij: ‘hadden we geen haat en nijd. Er was ook niet veel in onze jeugd. Er was geen auto in de straat. We voetbalden met een lekke bal en soms met een tennisbal. De putdeksels waren dan de goal. Toen ik 10 of 12 jaar oud was stond ik voor de ingang van het stadion. Ik was angstig, zo groot was het. Toen ik ouder was maakten we vaak een potje wie de man van de wedstrijd zou worden en de eindstand. Dan gingen we naar de hoofdkantine en daarna naar Frankendael. Onder het stadion had je biertentjes. Iedereen stond daar. Je kwam elkaar altijd tegen. Je ging echt naar voetballen. Altijd hadden we staanplaatsen. We stonden vaak te kijken in de regen’.

 

 

Share.

Leave A Reply