Ajax en de band met de Watergraafsmeer (Deel 50)

0

De aanhang en hun AJAX

Auteur: Kees Rotgans, Roland de Weert, Gerhard Broers

Café v.d.Vuurst Oosterringdijk 149 – ± 1955
Foto: Beeldbank Amsterdam Alle rechten voorbehouden

Voetbal en stadswijken: een verbroken relatie

Titel van een onderzoek aan de Vrije Universiteit door Kees Rotgans, Roland de Weert en Gerhard Broers tijdens het werkcollege sportgeschiedenis door Prof. Dr. Th. Steven.
De periode omvat de jaren ’50 tot ’80.
Het onderzoek bestaat uit 3 delen: de Watergraafsmeer, AJAX en interviews met AJAX-fans.
Met dank aan Gerhard Broers voor het beschikbaar stellen van het resultaat van dit onderzoek.

De aanhang en hun AJAX

Voetbal in de Amsterdamse Watergraafsmeer gedurende de periode 1950-1970.
De supporters over de veranderingen door de komst van het betaald voetbal.

Invoering betaald voetbal oorzaak verbroken relatie ?
In hoofdstuk 2 van dit werkstuk zijn we uitgebreid ingegaan op de ontwikkeling van Ajax gedurende de jaren vijftig en zestig. We hebben kunnen zien dat er na de revolutionaire invoering van het betaald voetbal in 1954 er sprake was van een fluwelen overgang van semi tot professioneel voetbal. In deze laatste paragraaf van hoofdstuk 3 laten we wederom de supporters aan het woord. Als we hen vragen naar de verbroken relatie tussen Ajax en de Watergraafsmeer dan kijken veel supporters met nostalgie terug op de tijd dat de spelers achter de toonbank van hun winkeltje stonden. In de paragraaf ‘supporters en bewoners van de Watergraafsmeer en hun relatie met Ajax’ staat een aantal anekdotes vermeld die gaan over de band tussen de spelers en de buurt. Uit alles blijkt dat die band er was en dat dit velen stimuleerde de wedstrijden van Ajax te bezoeken. In deze paragraaf gaan wij verder in op de vraag of de introductie van het betaald voetbal in 1954 bijgedragen heeft tot de ‘verbroken relatie’ tussen de Watergraafsmeer en Ajax.

Meningen van supporters.
Charles van Kinsbergen is één van die supporters die met weemoed kunnen terugkijken op de tijd dat er nog een hechte band was tussen spelers en supporters. Tegenwoordig, zo stelt hij, ‘heb je dat niet meer met de spelers. Je komt er niet meer bij’. Hij spreekt hier over het verschil tussen de semi-prof uit de jaren zestig en de megasterren van nu. Annemarie de Jong: ‘de spelers zijn verder af komen te staan’. Eind jaren zestig ging Annemarie samen met een vriendin regelmatig op stap met onder andere Wim Suurbier. ‘Met drie sjeiks uit Saoedi- Arabië gingen we op stap omdat Suurbier daar zou gaan voetballen wat nooit is doorgegaan. Staat daar om drie uur ’s nachts een fotograaf’. Stonden we op de voorpagina van “De Telegraaf!”. Sinds die tijd is er veel veranderd.

Eigen sigarenzaak en stamtafel bij Café van der Vuurst.
Rob Sloep: ‘de meeste spelers waren zo arm als een kerkrat, door het betaald voetbal kregen ze het vaak beter’. In 1968, toen was iedereen voor Ajax. Toen hoorde het bij De Meer. Al die spelers hadden er wel een sigarenzaak. De spelers die tussen de trainingen en wedstrijden door in hun sigarenwinkels kon aantreffen werden in de loop van de jaren zeventig meer en meer afgeschermd en via de media aan de supporters gepresenteerd. Hans Scholtens kan zich nog goed herinneren hoe zijn buurtgenoot Johan Cruijff uitgroeide van een straatvoetballertje tot sportheld: ‘Cruijff voetbalde als jongetje altijd in de buurt op een grasveldje. Er werd veel gevoetbald in Betondorp. Toen Cruijff bij Ajax ging spelen reed hij rond in een Mini-Cooper. Hij had een stamtafel in café Van der Vuurst, een mooi wit café richting Diemen dat moest worden afgebroken in verband met de komst van de ringweg. Een aantal Ajaxspelers had daar een eigen stamtafel. Cruijff zat daar regelmatig met Piet Keizer en Horst Blankenburg, zijn gabbertje’.

Professionalisering is de oorzaak.
Volgens Hans Scholtens was de afstand tussen de overige bezoekers van het café en de spelers toen al groot. De eerste twee ‘fullprofs’ hadden kennelijk geen behoefte in al te innig contact met de aanhang als ze in hun stamkroeg zaten. Ondanks de gevoelens van nostalgie zijn veel supporters het erover eens dat de professionalisering van Ajax de belangrijkste reden is van het succes van de club eind jaren zestig begin jaren zeventig. Naast het bestuur worden steevast de spelers genoemd, met name Johan Cruijff en Piet Keizer.

Een band van trots.
Dat er door het ontstaan van professioneel voetbal meer afstand ontstond tussen de spelers en de bewoners van de Watergraafsmeer had uiteindelijk geen invloed op de relatie tussen buurt en club. Door de grote successen ontstond er een andere band tussen buurt en club namelijk één van trots. Het waren uiteindelijk niet zozeer de spelers maar veel meer het spel, het stadion en de mensen die zorgden voor een band. Op de vraag wat Ajax zo speciaal maakt antwoordt Charles van Kinsbergen:‘Het stadion. Het spel. De warmte en de herkenning van de mensen. En verder de kleinschaligheid. In de jaren zestig en zeventig was de groep mensen die ik kende groter dan nu. Als ik in de ochtend in het restaurant kwam waren daar zo’n 20 tot 30 mensen die ik kende. Er was een vaste groep donateurs. Je kende elkaar. Nu is er veel verloop. De warmte, het ‘wij-gevoel’ en de gezelligheid is voor een groot gedeelte weg. Je zit tussen vreemden’.

Buurtoverschrijdende functie.
Uiteindelijk, zo blijkt uit dit citaat, zullen buurt en club steeds verder uit elkaar groeien. De ‘vreemden’ waar van Kinsbergen over spreekt zijn niet meer de Amsterdammers uit andere buurten. We hebben al aangetoond dat Ajax een buurtoverschrijdende functie had en supporters aantrok uit diverse delen van de stad. De professionalisering van Ajax zorgde voor ongekende successen op de Europese voetbalvelden. Vanaf eind jaren zestig kwamen de supporters uit alle delen van het land. Ajax was een mythe geworden.

Share.

Leave A Reply