Bertels Oliefabriek aan de Omval

2

1878 – 1963

Door: Jo Haen (1939) Geboren in Purmerend. Ze woont sinds 1963 in de Watergraafsmeer. Samen met Ron de Wit beheert zij deze website. Ze schrijft verhalen, interviewt mensen in de WGM en organiseert verhalenwandelingen.

Het bedrijf gezien vanuit de lucht in 1928 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Veevoeder- en oliefabriek
Bernard Herman Bertels (1877-1950) directeur van de N.V. Bertels’ Oliefabrieken, geboren in Oldenzaal, waar zijn vader Herman Antonius Hendrik Bertels een modelboerderij op het landgoed ‘De Biezen’ te Barneveld bezat. Bernard werkte daar maar vertrok in 1902 naar Amsterdam, waar zijn vader Herman Antonius Hendrik Bertels in 1878 op de Omval 50-52 een veevoederfabriek had opgericht. Een fabriek die in 1913 belangrijk werd uitgebreid met een oliefabriek en omgezet in een N.V. Het bedrijf breidde zich sedertdien voortdurend uit en werd een van de belangrijkste industrieën, die op de Omval bij de Amstel gevestigd waren. Een van de bekendste produkten van de N.V. was de Bertels’ kunstkorrel. Maar ook pluimveevoeder en veevoeder werden er geproduceerd.

Villa Bertels Weesperzijde 150 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Villa Bertels
Bernard Herman Bertels woonde in de prachtige villa Bertels, Weesperzijde 150, vlak naast de Schollenbrug, die in 1933 werd vernieuwd. In de jaren 60 is de villa afgebroken, om plaats te maken voor een hoog, afschuwelijk kantorencomplex. Of de afbraak te maken had met het faillissement van het bedrijf is niet duidelijk, maar zou zomaar kunnen.

Villa ‘de Hinde’ vlak naast de fabriek – 1969 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Villa de Hinde
Zijn broer Mr.Richard Antonius Herman Bertels (1884-1943), studeerde in Amsterdam waar hij in 1909 promoveerde en in datzelfde jaar bij de fa. Bertels & Co. ging werken. Hij werd in 1910 procuratiehouder en in 1917 directeur.
Richard was voorzitter van de V.K.V. in Amsterdam, bestuurslid van de Ver.Ned.Oliefabrikanten en van de Ver. v. belanghebbenden v.d.Handel in Olie in Amsterdam, ondervoorzitter van het kartel van oliefabrikanten in Nederland en lid van het dagelijks bestuur van de Ned. Veehouderij Centrale. Zijn grootste hobby was fietsen, hij maakte fietstochten door een groot deel van Europa. Richard woonde met zijn gezin in huize de Hinde, een villa aan de Omval 42, waar zijn vrouw Jenneke Boonstra na zijn dood in 1943 nog tot 1961 heeft gewoond. De naam van de villa refereert waarschijnlijk aan de Amsterdamse fietsfabriek de Hinde (1888-1899), gezien zijn grote liefde voor het fietsen.

Brand in 1948 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Veel branden
Het bedrijf werd in de loop der jaren door een aantal branden getroffen. Zo brak er in 1948 een grote brand uit in de z.g. meeltapafdeling. Binnen enkele minuten sloegen de vlammen reeds van alle zijden uit de bovenetage. De arbeiders hadden nauwelijks tijd een goed heenkomen te zoeken. Het vuur greep snel om zich heen op de zolderverdieping waar zakken veevoeder lagen opgeslagen. De brandweer rukte direct met groot materiaal uit. Door omstandigheden kon eerst drie kwartier nadat de brand was ontstaan met de eerste straal water worden gegeven. Intussen was het vuur ook in een ander gedeelte van het 3 verdiepingen hoge fabrieksgebouw aan de zijde van de Weespertrekvaart in de daar gelegen olieslagerij overgeslagen. Daar stonden op de beneden- en eerste verdieping 24 oliepersen, die de brand niet hebben overleefd. De brandweer had anderhalf uur later de brand onder controle. Het stond toen echter wel vast, dat het gebouw verloren was. Vanaf het hooggelegen Amstelstation bood de brand een fantastisch schouwspel. De belangstelling was enorm. De perrons van het station moesten uiteindelijk worden gesloten voor de mensen die met een perronkaartje naar de brand kwamen kijken!!

Nog een foto van de brand in 1948 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

In 1950, 1952 en 1957 weer brand
In 1950 was het weer raak. En deze keer in een silo waar een grote hoeveelheid veekoeken lag te smeulen, een verstikkende rook en een afschuwelijke stank verspreidend. Vermoedelijk is die brand ontstaan door een onvoorzichtig weggeworpen sigaret. De schade werd door de verzekering gedekt.

In 1952 brak er brand uit in de grote silo, waarschijnlijk ontstaan door broeiing in de opgeslagen schillen, schilvers, pulp enz. Van buiten was er niet veel te zien van de brand, die op maandagmorgen om 8 uur werd ontdekt. Wel stegen af en toe dikke rookwolken uit de silo omhoog. Voor de brandweerlieden was het een uiterst lastig karwei. Verscheidene van hen raakten in de rook bedwelmd en moesten zich laten behandelen. De schade aan de opgeslagen goederen was aanzienlijk.

Tenslotte werd in 1957 een standoliekokerij in de as gelegd. De brand werd ontdekt door twee employees die vergeefs trachtten het vuur met schuimblussers te doven. De bedrijfsbrandweer begon onmiddellijk hierna met het nathouden van twee tanks van achtduizend liter lijnolie, die gevaar voor ontploffing opleverden. De brandweer, die even later op het terrein verscheen, had de brand spoedig onder controle, doch de kokerij was toen reeds verwoest.

Omval 50 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Surséance van betaling en sluiting
In 1963 kondigde Bertels’ Oliefabriek NV ontslag en sluiting aan. Het bedrijf kreeg surséance van betaling. De directie heeft later het personeel, circa 80 man, in een voltallige vergadering meegedeeld, dat voor allen een ontslagvergunning zal worden aangevraagd. En er zou met de vakbonden een bespreking worden gehouden over een regeling voor het personeel.
In 1963 hield het bedrijf dat meer dan 60 jaar op de Omval had gezeten op te bestaan. De gebouwen stonden daarna jarenlang leeg tot in oktober 1969 het complex werd opgeblazen.

Bronnen: Diverse krantenberichten

Krantenbericht over het opblazen van de fabriek – Alle rechten voorbehouden

Advertentie voor Bertels’ kunstkorrels – 1937 – Alle rechten voorbehouden

De Omval in 1948 met de oliefabriek van Bertels – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Het bedrijf gezien vanaf de Ouderkerkerdijk – 1940 – Foto: Beeldbank Amsterdam – Alle rechten voorbehouden

Krantenbericht vanwege het overlijden van H.A.H. Bertels in 1950 – Alle rechten voorbehouden

Share.

2 reacties

  1. Herman Slager Voor mij is de naam Bertels verbonden aan de villa vlakbij de Berlagebrug. Ik woonde in de Schollenbrugstraat er tegenover. Wat hebben we daar veel gespeeld in de 50-er jaren.
    Ger Groesz Herman Slager ja, dat weet ik ook nog. Ik woonde in de Overamstelstraat en heb daar ook regelmatig gespeeld. Net als bij de cacaofabriek ‘Kenners Kiezen Korff’.

  2. P. R. Hinrich on

    Mijn vader, A.J. Hinrich en mijn oom J. Hoogenberk hebben voor Bertel’s gewerkt. Mijn oom eerst als arbeider, in ieder geval vanaf 1942, en laterr als bedrijfsleider. Mijn vader kwam later.
    Als kind enige malen op het terrein geweest. Altijd verbaasd door de geuren die er hingen. Na het faillisement zijn er twee zaken, een doos met verschillende zaden in glazen buisjes, en een zak met speldjes bij ons thuisgekomen. De doos heb ik op de middelbare school aan de biologie leraar overgedaan. De zak met speldjes heb ik nog steeds.

Leave A Reply