van ’t Hofflaan 10

4

Van ’t Hofflaan 10 – 1946 Alle rechten voorbehouden

van ’t Hofflaan 10 – 1981 Alle rechten voorbehouden

van ’t Hofflaan 10  (onder het lage balkon laatste huis) – Foto: Beeldbank Amsterdam Alle rechten voorbehouden

van ’t Hofflaan 10  (bij de 2e auto) – 1975 .
Foto: Beeldbank Amsterdam Alle rechten voorbehouden

van ’t Hofflaan 10 – 2014 .
Foto: Jo Haen Alle rechten voorbehouden

Share.

4 reacties

  1. Jan van Deudekom on

    van ’t Hofflaan 10

    ► Melkboer Bark
    ► Melkboer Koopmans
    ► Melkboer Theo Blom
    ► SRV-Buurtwinkel Jan en Tinie Strijker vanaf 1 Mei 1966 tot 1 April 1983 zaak gesloten

    Bron: Jan van Deudekom

  2. Op van ’t Hofflaan 10 staat de naam Koopmans vermeld. De U van de voornaam staat voor Ulbert, zoon van Lambertus Barend Koopmans van Boerderij Middenmeer op Middenweg 333. Deze heeft inderdaad met zijn vrouw Marie Cornelia een groot gezin voortgebracht waarvan ik naast Ulbert nog een aantal gekend heb. O.a. Roel die geboerd heeft op Ooster Ringdijk 110, Jan die geboerd heeft op Kruislaan 120 en Bertus die tot op het laatst voor Andries Groenink op zijn boerderij Goed Genoeg werkte en ook sliep. Andries deed de paardenhandel en Bertus de koeien.
    En dan Evert die in het bovenstaande krantenartikel wordt aangehaald. Ulbert en Evert runden samen met Theo Blom de melkzaak op nummer 10 en hadden daarnaast 3 grote melkwijken waarmee ze ongeveer de hele Watergraafsmeer van de Linnaeuskade tot de Kruislaan afdekten. Veruit de grootste melkbezorger van de Watergraafsmeer. De vrijgezelle broers Ulbert en Evert woonden op Oosterringdijk 22 waar ook de twee paarden die voor de melkwagens stonden een stal hadden. De derde wijk werd met de bakfiets gedaan. En toen kwam Albert Heijn. Eerst op de Middenweg en daarna in de Helmholtzstraat en ging de sanering van de melkhandel een feit worden.

  3. Het beste vertrekpunt is Boerderij Middenmeer, Middenweg 333, om dat daaraan al woorden worden gegeven aan de hofstede die al vanaf het allereerste begin van de 18de eeuw daar gevestigd was en al heel vroeg bekendheid heeft opgedaan door met name het tijdelijke verblijf op een later moment van de wetenschapper Carl Linnaeus. Niet voor niets is dat nog uitgebreid terug te vinden in de veel voorkomende naamgeving aan straat, kade, hof en dwarsstraat.

    Veel later begin 19de eeuw op diezelfde plaats, gevolgd door de boerderij van de familie Koopmans die zo zijn komst in de Watergraafsmeer gemaakt heeft. Waarschijnlijk rechtstreeks vanuit Friesland zoals dat rond die eeuwwisseling in veel meer gevallen bij de uitbreiding van Amsterdam gebeurde. De familie Koopmans is erg bepalend geweest in het zolang mogelijk handhaven van het landelijke en traditioneel alledaagse beeld in de Watergraafsmeer.

    Vanuit dat grote gezin van Lambertus Barend Koopmans en zijn vrouw Marie Cornelia Schröder, zijn een aantal kinderen mij bekend. Om te beginnen Ulbert en Evert Koopmans die, beiden als vrijgezel, vele jaren woonden op Ooster Ringdijk 22. Zij samen met Theo Blom bestreken met hun melkwijken met traditionele paard en wagens een groot deel van de WGM. Zij “winkelden” vanuit Van ‘t Hofflaan 10. Op dat adres wordt ook een verdere toelichting gegeven.

    Dan Jan Koopmans die begon als boer op het bedrijf van zijn ouders op Middenmeer en later verhuisde naar Kruislaan 120 (Meergenoegen), waar door hem door het daar nog volop beschikbare land veel grootschaliger geboerd kon worden. Dan zoon Roel Koopmans die we terugvinden op Ooster Ringdijk 110 (Boerderij Voorland) waar hij woonde met echtgenote Stien van Berkel en twee kinderen (zoon en dochter). Zijn koeien stonden vaak achter de huizen van het bewoonde gedeelte van de Kruislaan waar toen nog weiland was. Ook mocht Roel de voetbalvelden rond het hoofdveld van Ajax maaien en verwerken als hooi of kuilgras.

    Bertus Koopmans vinden we bij Andries Groenink op Boerderij Goed Genoeg. Andries hield zich bezig met de handel in paarden. Die stonden dan tijdens hun tijdelijk verblijf op het land achter de Van der Waalstraat tot aan de spoordijk ter hoogte van de Archimedeslaan. Bertus nam de koeien voor zijn rekening en als het meezat was hij best bereid geïnteresseerde jongelui het melken van de koeien te leren. Hijzelf had notabene slaapplaats boven de koeien.

    Van Ulbert, Evert en Jan is tot aan hun laatste dagen voldoende bekend. Hoe het verdere verloop van Roel en zijn gezin is geweest is mij niet bekend nadat de boerderij weer door de oorspronkelijke eigenaar gevorderd is. Hij was toen toch nog pas 48 en de twee kinderen waren nog heel jong. Hetzelfde geldt voor Bertus, geen idee hoe het die verder is vergaan. Waarschijnlijk wel allemaal nog in het Stadsarchief terug te vinden.

Leave A Reply